Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Je mist meer dan je ziet
Veel vrouwen krijgen op hun werk met seksueel grensoverschrijdend gedrag te maken. In de televisiewereld, waar lange dagen worden gemaakt, grote ego’s werken, mannen de dienst uitmaken en de grens tussen privé en werk niet altijd duidelijk is, kwam het veel voor.
Ook ik had er last van. Als jonge redacteur, maar later ook als hoofdredacteur van DWDD. Ik wist nooit goed hoe ik ermee moest omgaan. Steun van de directie kreeg ik niet, sterker nog: die deed gewoon mee.
Ik deel mijn verhaal om te laten zien hoe diep dit gedrag verankerd was in de televisiewereld, en waarom het zo moeilijk was om me ertegen te verzetten – zelfs al had ik een leidinggevende positie.
Ik maakte het ook mee, in verschillende vormen en gradaties. Ik werd aangesproken op mijn uiterlijk, er werd over mij geroddeld, ik werd betast en achtervolgd. Op het moment dat zoiets gebeurde was het lastig te benoemen. De manier waarop het gebeurde was overrompelend, terloops, omfloerst, verpakt in een compliment, sneaky of geraffineerd.
De werkelijke betekenis van die term ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag’ drong pas tot me door rond de opkomst van de MeToo-beweging in 2017 - een jaar nadat ik was gestopt bij DWDD. Toen pas betrok ik het op mezelf en erkende ik dat het mij ook was overkomen. Daarvoor dacht ik altijd: ik ben niet aangerand en ik ben niet verkracht, dus dit gaat niet over mij.
Maar ik ben wel aangerand.

De eindredacteur
Ik kende hem van mijn tijd bij de AVRO; hij was eindredacteur en woonde bij mij om de hoek in Amsterdam. We brainstormden wel eens over nieuwe projecten. Ik was freelancer en had een gezin met twee kinderen van één en drie jaar oud. Hij was een stuk ouder dan ik en werkte al lang in de mediawereld. We konden het professioneel goed vinden en hadden leuke gesprekken over het vak.
Op een middag ging ik bij hem langs en dronken we een kop thee aan zijn keukentafel, iets wat wel vaker gebeurde. Toen ik opstond om naar de wc te gaan, pakte hij mij opeens van achter bij mijn borsten en trok me op schoot. Ik schrok zo dat ik bevroor en niks zei. Ik voelde een diepe schaamte. In een reflex besloot ik net te doen of er niets was gebeurd, ik stond rustig op en ging weer aan tafel zitten. Maar even later deed hij het nog een keer. Weer trok hij mij op schoot en greep me bij mijn borsten. Zwijgend pakte ik mijn jas en liep de deur uit. Ik heb hem nooit meer gesproken. Dit speelde zich af rond 2002.
Jaren later, ik was eindredacteur bij DWDD, solliciteerde hij een aantal keer als samensteller. Ik reageerde niet. De laatste keer stuurde hij me een verongelijkt bericht: waarom ik hem negeerde, er was toch nooit iets gebeurd?
In 2020, 18 jaar na het incident, kreeg ik een bericht van hem via LinkedIn:
Als hij dit leest, weet hij dat ik zijn berichten heb gezien en bewust niet antwoordde. Ik twijfelde of ik het bericht überhaupt weer zou openen voor deze post. Ik wil geen contact met hem, zijn naam alleen al roept walging op.
Wat hij schreef maakte het nog erger. Achttien jaar verder, en hij erkent de aanranding niet. Hij bagatelliseert, doet alsof het hem overkwam in plaats van dat hij de dader was, suggereert dat we samen ‘het rafelige eindje kunnen afknopen’. Geen excuses. Hij schrijft wel over zijn eigen gevoelens: ‘mijn hoofd stopt maar niet’. En het meest absurde: hij wil opnieuw met mij op avontuur.
MeToo
Vanaf het begin van mijn carrière had ik last van dit soort gedrag van mannen. Op mijn werk voelde ik me vaak ongemakkelijk. De ernst varieerde van opmerkingen en grappen tot aanranding. De rode draad: dit gedrag was er altijd. Mannen spraken geregeld over seks, maakten er grappen over, vrouwen werden op een bepaalde manier besproken – of erger.
Zoals veel vrouwen leerde ik nooit hoe je met zo’n situatie moet omgaan. Dat mannen grenzen overschreden was zo normaal dat het niet eens in me opkwam om er een punt van te maken.
Wanneer andere vrouwen hun ervaringen met mij deelden, konden zij zich niet voorstellen dat het mij zou overkomen. Ik was assertief en kwam toch altijd goed voor mezelf op? Ik begreep zelf ook niet goed waarom ik het zo lastig vond om er iets van te zeggen.
In de MeToo-discussie gaat het vooral over jonge, kwetsbare vrouwen; nauwelijks over ervaren vrouwen in leidinggevende posities. Alsof die niet kwetsbaar zijn. Alsof je positie je beschermt. Ik paste wat dat betreft niet in het beeld van het slachtoffer.
De grenzeloze televisiewereld
Aan het begin van mijn tv-carrière werkte ik bij een klein productiebedrijf. De baas kon zijn handen niet thuishouden en masseerde mijn schouders terwijl ik achter mijn computer zat. Ik lachte de ongemakkelijke situatie keer op keer weg. Ik heb er maar kort gewerkt.
Mijn volgende baan was bij de talkshow van Karel van de Graaf bij de AVRO. Het was mijn eerste aanstelling bij de publieke omroep, en kennelijk ging het er net zo aan toe als bij de producenten waar ik had gewerkt. Van de Graaf had het vaak over seks, hij vertelde graag seksueel getinte grappen en anekdotes over zijn escapades op de Gooise matras - tot dan toe een voor mij onbekend fenomeen.
Zoals ik al eerder beschreef, nam Van de Graaf me na een jaar met hem te hebben gewerkt onverwachts mee voor een rondje boven Nederland in een Cessna; hij bestuurde het vliegtuigje zelf. Tijdens de vlucht vond mijn evaluatiegesprek plaats. Boven de Veluwe vroeg hij of ik even ‘de knuppel’ wilde vasthouden, een overduidelijk dubbelzinnige opmerking gezien zijn obsessie met seks.
Een patroon dat zich gedurende mijn carrière zou voortzetten. Het grensoverschrijdende gedrag vond altijd plaats in situaties waar ik niet uit kon ontsnappen: bij iemand thuis, hoog in de lucht in een vliegtuig, van achteren benaderd. En altijd door mannen met macht over mij – mannen van wie mijn carrière afhing.
Dit soort situaties verklaart waarom je bevriest, waarom je niet reageert, waarom je achteraf schaamte voelt. Je zit letterlijk in de val. Geen fysieke ontsnapping, geen professionele ontsnapping. Veel vrouwen zullen dit herkennen – het is niet uniek, het is structureel.
DWDD
Toen ik bij DWDD begon wist ik dus niet beter dan dat dit normaal was. Ook mijn voorganger maakte seksueel getinte grappen en gedroeg zich flirterig tegenover vrouwelijke redacteuren. Ik had last van zijn grappen - het maakte me ongemakkelijk, vooral die ene keer dat hij een kleinerende seksuele grap over mijn partner maakte. Zo laag-bij-de-gronds dat zijn onbeschoftheid me verbijsterde. Ik kon niets uitbrengen. Wat hij opvatte als bevestiging: zijn suggestie moest dus wel waar zijn.
Zelfs gasten overschreden grenzen. Een gitarist van onze huisband stak tijdens een feest zijn tong in mijn mond. Een oud-politicus - die regelmatig tafelheer was - duwde me in de gastenruimte hard tegen de stoel waar ik tegenaan geleund stond. Hij begon wild tegen me aan te rijden, met stoel en al schoven we door de ruimte. Een andere gast sloeg het tafereel met open mond gade.
Ik maakte promotie en werd leidinggevende. Het gedrag stopte niet. In Vrouw in Hilversum schreef ik dat Matthijs mij bij mijn aantreden als eindredacteur in de VARAgids charmante meesteres noemde. Niet veel later ‘complimenteerde’ een senior redacteur me: hij had ‘nog nooit zo’n knappe eindredacteur gehad’. Na dat seizoen verlengde ik zijn contract niet - zijn werk was onvoldoende. Hij was in vaste dienst en bleef gewoon bij de omroep werken. Nog steeds is hij boos op mij, DWDD noemt hij een zwarte bladzijde in zijn carrière. Ik vraag me af of hij ook zo kwaad zou zijn als ik een man was geweest.
Weddenschap
De Jakhalzen hadden bravoure en lef, en dat was prima zolang het ging om de items die ze maakten. Maar op de redactie vertaalde zich dat in uitgesproken machogedrag. Een van hen liet steevast zijn broek zakken en riep dat luidkeels over de redactie, halfnaakt rondlopend. Met een andere Jakhals had hij een weddenschap afgesloten wie mij het eerst in bed zou krijgen, zo hoorde ik. Uit zelfbescherming — en omdat ik niet wist wat ik ermee aanmoest—, negeerde ik het gerucht.
Na het verschijnen van het artikel in 2022 in de Volkskrant over misstanden bij DWDD begreep ik dat ook andere vrouwelijke collega’s last hadden gehad van hun seksistisch gedrag. Natuurlijk. Als ze zo met mij omgingen, waarom zou het bij mij stoppen? Ik had moeten ingrijpen, en heb er spijt van dat ik dat niet gedaan heb.
De directie doet mee
Het speelde in alle lagen van de organisatie. Tot in de directie. Kort nadat ik eindredacteur werd, begon Frans Klein tijdens een één-op-één gesprek over mijn uiterlijk en charme. Ik moest me bewust zijn van het effect dat ik op mensen had, zei hij. Ik begreep niet waar hij naartoe wilde - was het een waarschuwing of een compliment? In beide gevallen misplaatst uit de mond van een directeur. Hij zei zelfs een keer dat hij het wel zou weten met mij, als hij niet op mannen zou vallen. Met dit soort opmerkingen gaf hij mij het gevoel dat ik vogelvrij was, want als iemand mij op een verkeerde manier zou benaderen, lag dat kennelijk aan mezelf.
Klein was mijn directe leidinggevende en vormde met de financieel directeur de tweekoppige directie van de VARA. De financieel directeur had inhoudelijk niets met programma’s te maken.
Toen Klein steeds drukker werd en moeilijker bereikbaar was, wierp de financieel directeur zich ongevraagd op als aanspreekpunt. Hij begreep dat het vervelend was dat ik zijn mede-directeur zo slecht te pakken kreeg, zei hij, dus kon ik hem ook bellen. Aanvankelijk was ik blij met deze handreiking vanuit de directie. Er speelde genoeg, en inderdaad, Frans Klein leek er een sport van te maken om van de aardbodem te verdwijnen.
Het kaartje
Een jaar eerder, na het winnen van de Zilveren Nipkowschijf in mei 2011, had de financieel directeur me een kaartje gestuurd. De tekst begon professioneel — hij feliciteerde me met de prijs— maar na een paar regels werd de toon zeer persoonlijk. Hij schreef dat hij me waardeerde ‘als bestuurder en als mens’, en vervolgde: ‘En op dat laatste gebied bewonder ik je, omdat je zo veel hebt van wat ik van nature niet heb.’ Hij vergeleek onze karakters, schreef over mijn ‘rafelige kantjes’ en ‘pit’ en eindigde met: ‘Maar je verdient gewoon een persoonlijk briefje!’ en ‘Liefs’.
Indertijd zocht ik er niet direct iets achter, al was ik wel verbaasd. Ik kende de man nauwelijks, en een directielid dat zó persoonlijk wordt, me allerlei karaktereigenschappen toedicht, over bewondering schrijft en dan ook nog afsluit met ‘liefs’ – dat vond ik vrij ongemakkelijk.
Steeds opdringeriger
Zijn hulp aan mij begon met wat telefoontjes en sms’jes. Al vrij snel kwam hij ook naar de uitzending - meestal zonder aanleiding. Bijna wekelijks verscheen hij en na afloop bleef hij steevast hangen. Het aantal sms’en werd snel anders van toon, meer privé, hij stuurde ze overdag en ‘s avonds laat. Hij informeerde bijvoorbeeld of ik die avond toevallig ook naar De Melkweg of Paradiso ging, zo niet, dan moest ik zeker met hem mee. Of hij stuurde: ‘WGF -[zijn naam]-Alarm! Ik ben bij de uitzending vanavond! Hihi…’ (WGF=Westergasfabriek, DW).
Tijdens de uitzending stond ik altijd tegenover Matthijs naast de camera, met achter mij gasten of medewerkers. Daar ging de financieel directeur ook staan, vlak achter mij. Hij was veel groter dan ik. Terwijl hij daar stond, probeerde ik me op de uitzending te focussen. Zijn opdringerige gedrag viel Matthijs op. Na een uitzending zei hij wel eens grappend: ‘Ik zag dat die vampier weer bijna zijn tanden in je nek zette’. Of ik er last van had, vroeg hij niet.
Na de laatste uitzending van het seizoen 2012 was er een feestelijke borrel. Ik was moe. De financieel directeur was echter niet bij mij weg te slaan en eiste voortdurend mijn aandacht op. Achteraf bedacht ik hoe ongepast dat van hem was: ik miste het hele feest en kreeg niet de kans om met collega’s en gasten na te praten.
In het weekend sms’te hij of ik 8 januari met hem wilde eten. Ik reageerde niet. Een week later een reminder. Weer een paar dagen later: ‘Leef je nog dametje?’ In februari bleef hij aandringen op een etentje. Ondanks dat hij registreerde hoe summier ik antwoordde, bleef hij doorgaan: ‘Hier de afd lange berichten voor de afd korte berichten’
Omhelzen
Op 25 februari 2013 stond hij al tijdens de repetitie in de studio. Na afloop gaf hij me een cadeau: een kookboek van een bevriende kok. Voorin had de auteur geschreven: ‘Voor Dieuwke. Wil je met me trouwen?’. Ik kende die man helemaal niet en begreep niet wat de directeur hiermee wilde zeggen. Op de redactie gooide ik het boek meteen in de prullenbak, ik wilde er vanaf. Zijn lang verwachtte etentje vond daarna plaats in het Mediacafé, vlak voor de uitzending. Bij het afscheid omhelsde hij me innig en probeerde me op mijn mond te zoenen. Ik verstijfde. Tijdens de uitzending kreeg ik een bericht dat hij het ‘etentje’ heel fijn en waardevol vond. ‘s Avonds laat kreeg ik weer een bericht: ‘Hoi Dieuwke, ik heb je toch niet in verlegenheid gebracht met ons gesprek. Of er iets uitgeflapt wat niet goed is gevallen? Omdat het even stil is… (…)’.
Ik antwoordde ‘Nee, is ok, was goed gesprek. Schrok alleen van je afscheid. Zal vast niet zo bedoeld zijn’.
De volgende ochtend: ’Hoi Dieuwke, dacht nog even na over je schrik gisteren. Heb misschien wat sneller de neiging je vast te pakken na n prettig gesprek. heb ik in ‘t algemeen. Ik ben niet meer of minder op jou gesteld dan jij op mij: geen andere gevoelens! Nou, klaar! op naar een nieuwe dag’.
Maar ‘s avonds om 11 uur kreeg ik weer een bericht: ‘Piep piep! daar was ik weer. (…)’. Ongevraagd deelde hij een update over een sollicitatie die hij had lopen buiten de VARA.
Wanneer ik niet op zijn berichten reageerde stuurde hij: ‘Is er soms even een luikje dichtgevallen?’
Behalve Matthijs wisten ook andere collega’s ervan. Ik deelde mijn ongemak, stuurde mailtjes door. Misschien straalde ik uit dat ik het onder controle had. Maar ook dan blijft de vraag: wanneer grijp je in als je ziet dat een collega last heeft van grensoverschrijdend gedrag?
Een paar weken later gebeurde er weer iets. Op een avond na afloop van de uitzending, toen het groepje collega’s langzaam uiteenging en ik ook naar huis wilde, hield hij me aan de praat. ‘Laten we nog één drankje drinken’, zei hij. Ik wilde eigenlijk niet, maar hij bleef aandringen.
Toen ik naar huis wilde, zei hij: ‘Het is koud en laat, ik breng je wel’. Ik sloeg zijn aanbod af, het was niet nodig, ik was tenslotte wel wat gewend want ik fietste iedere dag door weer en wind. Maar nee, hij had een grote auto, woonde net als ik in Amsterdam Oost, hij zou me thuis wel afzetten. Hij pareerde elk argument van mij.
Ik voelde me opgelaten en voor het blok gezet. Het was mijn directeur – hoe vaak kun je nee zeggen? Van de rit kan ik me niet veel meer herinneren, behalve dat ik het vervelend vond en blij was dat ik uit de auto kon.
De columns: het dieptepunt
Hij hield niet op.
Sinds 2012 had ik een wekelijkse column in de VARAgids over DWDD. Op 17 maart 2013, mijn verjaardag, ontving ik van hem een mail. Het onderwerp was ‘cadeautje’. Hij feliciteerde me en schreef dat hij ‘van dichtbij de hectiek’ zag waarin ik opereerde. Om mij te helpen had hij twee columns geschreven.
Ik gruwde en vond het eng worden. Hij had zich helemaal in mij verplaatst – in mijn leven, mijn functie, de uitdagingen waar ik volgens hem mee te maken had. Bijna achthonderd woorden waarin hij zich in mijn gedachten, mijn gevoel en mijn perspectief wrong.
In de mail schreef hij: ‘Dus toen dacht ik - overigens vooral ook omdat ik het zelf leuk vind om te doen - ik schrijf een paar columns voor je voor de VARA Gids als ware ik je ghostwriter!’.
Vervolgens: ‘Wat dat betreft is het een heus cadeautje: je krijgt het, of je het wilt of niet.’
Hij hoopte serieus dat ik ze ging gebruiken: ‘En je doet er precies mee wat je zelf wilt: het cadeautje is nu van jou! Haha! Ik lees het wel, of niet. Maar dat maakt me niet uit.’
Hij sloot af met: ‘Ik heb er mijn plezier al aan beleefd vanmiddag bij het schrijven. Tevens als dank voor onze gezellige en nuttige onder-onsjes!’
Alles hieraan was ongepast, ongewenst, opdringerig en grensoverschrijdend. En verhelderend. Hij dacht in mijn hoofd te kunnen kruipen terwijl ik hierdoor juist een blik in zijn hoofd kreeg. Vooral die zin bleef hangen: ‘je krijgt het, of je het wilt of niet’. Het was een perfecte samenvatting van zijn gedrag van de afgelopen twee jaar. Hij negeerde mijn grenzen, romantiseerde ons contact tot ‘gezellige onder-onsjes’, en gaf toe dat hij het vooral voor zijn eigen plezier deed.
Aan de data van het Word-document kon ik zien dat hij er een week over had gedaan, op 11 maart was hij met schrijven begonnen. Het was helemaal geen spontane geste, maar iets waar hij onder werktijd druk mee bezig was geweest.
Een fragment uit een column:
Vriendinnen met wie ik dit deelde, werden kwaad. Bij hen gingen alle alarmbellen af, zij spoorden me aan om er korte metten mee te maken. Pas toen vond ik de moed om hem er mee te confronteren. De volgende dag stuurde ik hem een mail:
Het was niet eenvoudig om de mail op te stellen. Ik had de maanden ervoor vaak aan mezelf getwijfeld en me afgevraagd: Wat is hier de hand? Waar is deze man mee bezig? Ben ik niet duidelijk genoeg? En de vraag de vrouwen zich altijd stellen: ligt het aan mij? Ik deed er lang over om de tekst te schrijven, vroeg me af wat er zou gebeuren als hij zou ontkennen.
Hij antwoordde:
Na deze mailwisseling kwam er geen eind aan zijn toenaderingen. In tegendeel. Twee maanden later pakte hij de draad weer op en sms-te me om over zijn sollicitatie te vertellen.
‘Dag [naam], zoals ik al zei, hou ik het contact graag zakelijk, dus communiceer via Vara mail en (mobiel) nummer. Ik vind het overigens ingewikkeld als je langskomt, al snap ik dat het soms zakelijk onvermijdelijk is. Laat je weten als je hier een afspraak hebt?’
Duidelijker kon ik niet zijn. Zijn reactie, diezelfde avond laat:
‘Ga je je verstoppen als ik er ‘n keer ben? Zonder gekheid: vervelend dat ik je iets stuurde wat je niet wilde krijgen. Sorry daarvoor. Zal me nog terughoudender en strikt opstellen. Heb wel t gevoel dat je t ingewikkelder maakt dan nodig, maar ik zit er verder niet mee en ik zal je wensen respecteren. Groet.’
Pure manipulatie. Hij minimaliseerde zijn gedrag (‘iets stuurde wat je niet wilde’), suggereerde dat ík overdreef (‘je maakt het ingewikkelder dan nodig’), en beloofde zich ‘nog terughoudender’ op te stellen - alsof daar al sprake van was geweest. Hij draaide het om: ík was het probleem, niet hij.
Frans Klein en Personeelszaken
Hoewel de financieel directeur even geen contact meer met mij zocht, bleef het me dwarszitten. Ik besloot het toch aan Frans Klein te vertellen. Hij moest weten waar zijn collega toe in staat was. Misschien was ik niet de enige die hij lastig viel.
Klein reageerde weinig empathisch en stelde precies de verkeerde vraag: ‘Wat wil je dat ik doe?’ Daarmee legde hij de verantwoordelijkheid bij mij, zoals vaak gebeurt in dit soort zaken. Hij is er nooit meer op teruggekomen.
Ook aan Personeelszaken vertelde ik wat er was gebeurd. Ik was benieuwd of er meer klachten over deze man bekend waren. Een personeelsadviseur vertelde me dat het haar was opgevallen hoe de blik van de man veranderde als er een ‘leuke vrouw’ bij hem in de buurt kwam. Voor zover ik weet is er na mijn melding geen actie ondernomen.
In september liet de financieel directeur weten: ‘Ik kom zo even nr de uitzending. Ik ben rond met [naam van zijn nieuwe werkgever'] en wil daarom even in stilte genieten vh programma dat me zo dierbaar is. Misschien zie ik je of niet: maakt me niet uit’. Ik schreef terug: ‘Ik hoorde het. Gefeliciteerd, dat is mooi. Ik ben er niet’.
Eind 2013 nam hij officieel afscheid van de omroep. Tot mijn verbijstering organiseerde Frans Klein het afscheid in Amsterdam, bij DWDD - zonder met mij te overleggen. Hij koos de avond waarop Robbert Dijkgraaf zijn college gaf, waaraan ik maanden had gewerkt. De genodigden aten in het Mediacafé van de studio, gingen naar de DWDD-uitzending, daarna naar het college in de Gashouder, en sloten af in het Mediacafé. Daar dronken wij met onze redactie en gasten van het college ook een borrel. Weggaan was voor mij geen optie - ik was verantwoordelijk voor het programma, het was onze nazit. Laat op de avond zaten de zakelijk directeur en Matthijs samen wijn te drinken. Vrolijk, ontspannen. Het was een klap in mijn gezicht.
Frans Klein stelde zich altijd op als grote steun van DWDD, en van mij. Maar toen het erop aankwam, offerde hij mijn belang op voor dat van zijn collega. Een feestelijk, chique afscheid voor een man die zich tegenover mij ernstig misdroeg. Wat ik had voorvoeld, kwam uit: ik was vogelvrij.
Manipulatie en machtsmisbruik
Als je je nu afvraagt waarom ik het zover heb laten komen, stel je de verkeerde vraag. De juiste vraag is: Waarom dacht deze man dat dit acceptabel was?
Ik had wel vaker met opdringerige mannen te maken. Mijn strategie: negeren en hopen dat ze mijn signalen oppikten. Confronteren is moeilijk - de ander kan ontkennen en je voor gek verklaren. Je rol verandert ook: als je het benoemt, word jíj degene die een probleem creëert, jíj wordt de veroorzaker van een ongewenste situatie. Nu het om een directeur ging, was die stap om er iets van te zeggen nog groter.
Ik overwoog het met Frans Klein te bespreken, maar was bang voor de gevolgen. Ze waren naaste collega’s, ze bestuurden samen de omroep. Ik kon niet inschatten of mijn klacht zou opwegen tegen hun onderlinge loyaliteit. En hoe bewijs je grensoverschrijdend gedrag? Het zou zijn woord tegen het mijne zijn. Of Klein überhaupt adequaat zou reageren was ook nog maar de vraag, gezien zijn eerdere opmerkingen over mij.
Maar er was meer aan de hand. Deze man was directeur en misbruikte bewust een kwetsbare situatie om mijn vertrouwen te winnen - ik was druk en gestrest en kon alle hulp gebruiken - en ging vervolgens steeds een stapje verder. Dat is manipulatie. Hij negeerde mijn signalen dat ik het niet fijn vond. Hij isoleerde me bewust van de groep: iedereen was al weg, nog één drankje, ik breng je wel. Hij maakte zich zogenaamd zorgen om mijn welzijn terwijl hij zich juist ‘s avonds opdrong als ik er al een lange dag op had zitten. Hij creëerde situaties waarin ik niet gemakkelijk nee kon zeggen. Hij pakte me vast. Hij kon er als directeur jaren mee wegkomen.
Ik stond bekend als mondig, als iemand die voor zichzelf opkwam en was ook nog leidinggevende. Juist daarom was het moeilijk te erkennen dat het mij ook overkwam. Ik vond het schaamtevolle gebeurtenissen, ik werd er door overvallen en bevroor, om het vervolgens te bagatelliseren. En daar schaamde ik me ook weer voor: waarom durfde ik niets te doen of te zeggen? Er was sprake van een werkrelatie, van een machtsverhouding - ook fysiek want mannen zijn sterker - en dus een afhankelijkheid. Ik wilde voorkomen dat het zou escaleren, ik wilde niet dat dit het plezier in mijn werk zou beïnvloeden.
Toen ik twee jaar later mijn vertrek aankondigde, feliciteerde hij me en schreef: ‘(…) Als je denkt dat ik ergens iets voor je kan betekenen: let me know. Zal niet te dicht bij je komen en afstand houden (geloof dat het daar ergens misging)’.
Geloof dat het daar ergens misging. Op zijn zachtst gezegd is dit een understatement.
Nog jaren stuurde hij me af en toe een bericht en deed zelfs nog pogingen tot een samenwerking. Dat stopte pas na de publicatie over DWDD in de Volkskrant in 2022. Hij wenste me sterkte.
Hij probeerde door steeds weer contact te zoeken zijn gedrag te normaliseren en het verleden weg te poetsen. Het bleef moeilijk om ermee om te gaan, zijn timing was als altijd uitgekookt, de onderwerpen slim gekozen en de toon uiterst vriendelijk.
De overeenkomsten tussen de eindredacteur die me aanrandde en de directeur die me stalkte zijn opmerkelijk. Wat ze deden, hoe ze (jaren later) weer contact zochten en hun gedrag goed praatten - alsof ze er zelf niet zoveel aan konden doen. Ze toonden geen inzicht, boden geen excuses aan en lieten me niet met rust.
Angst
Het heeft me veel moeite gekost om dit stuk te schrijven. Ik zet me schrap voor de reacties, houd er rekening mee dat mijn ervaringen niet serieus genomen worden. De mannen in kwestie ontkenden dat ze te ver waren gegaan. Steun kwam er niet. Waarom zou dat nu anders zijn?
Ik denk ook dat het destijds niet mogelijk was om mijn verhaal te vertellen; het zou in mijn gezicht exploderen. Mede door de MeToo-beweging worden ervaringen van vrouwen serieuzer genomen, daarom voel ik mij meer gesteund dan vóór 2017.
Ik deel mijn verhaal om te laten zien hoe onveilig de werkcultuur bij de televisie was, en bij (BNN)VARA in het bijzonder. Om duidelijk te maken dat ook leidinggevenden – juist leidinggevenden – kwetsbaar zijn. Om vrouwen te helpen dit patroon te herkennen, te benoemen en hen aan te moedigen om hulp in te roepen. Maar vooral om mannen te laten zien dat dit gedrag onacceptabel is.
Naschrift
In 2023 vertelde ik dit verhaal over seksueel grensoverschrijdend gedrag bij DWDD aan leden van de Commissie van Rijn, Mariette Hamer, (sinds april 2022 Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld), en Professor Femke Laagland (hoogleraar arbeidsrecht, Kroonlid bij de SER en tegenwoordig lid van de Raad van Toezicht van BNNVARA). Zij zijn er niet op teruggekomen, ook niet na de publicatie van het rapport.
Over de Commissie van Rijn zal ik later uitgebreid schrijven.
Disclaimer:
Je Mist Meer Dan Je Ziet bevat persoonlijke ervaringen en meningen. Namen en details zijn aangepast om privacy te beschermen. Dit is geen feitelijke weergave van gebeurtenissen, maar een persoonlijk verslag dat bijdraagt aan inzichten in-, en het debat over werkcultuur in de media.








