NPO: Nationale Publieks Onderschatting
Angst, algoritmes en bezuinigingen zorgen ervoor dat je de tv beter uit kunt laten
Stel je voor: een praatprogramma op televisie met als gasten een onbekende Duitse schrijfster, een Britse jurist en een manische auteur, in een studio met slechts een wit doek als decor, uitgezonden op prime time. Het zou vandaag de dag ondenkbaar zijn. Toch is het niet zo lang geleden dat we dat met DWDD deden. Er keken een miljoen mensen, betoverd en gegrepen door een presentator en zijn gasten. In maart 2013 zonden we de eerste aflevering van DWDD Heimwee uit en brachten ‘Hier is….Adriaan van Dis’ terug op televisie.
TV-programma’s over wetenschap, kunst en literatuur zijn kwetsbaar; ze worden als eerste geschrapt als er bezuinigd moet worden. En bezuinigd wordt er bij de publieke omroep. Dat roept altijd heftige reacties op, niet in de laatste plaats omdat omroepen dan over zichzelf berichten. Dat heeft altijd iets onhandigs en het lijkt snel overtrokken. Is het terecht dat ze moord en brand schreeuwen? Eerst eens kijken wat precies de rol van de publieke omroep is. De overheid zegt er dit over:
[…] Doel is programma’s uitzenden die geschikt zijn voor alle groepen in de samenleving.
De publieke omroep moet zorgen voor een gevarieerd media-aanbod. Dat staat in de Mediawet. De programma’s moeten ook een publieke waarde hebben. Dat houdt in dat de programma’s:
gevarieerd zijn;
een hoge kwaliteit hebben;
geschikt zijn voor alle groepen in de samenleving.
Gevolgd door:
Programma’s van de publieke omroep mogen niet alleen gemaakt worden voor het grote publiek. Ook voor kleinere doelgroepen - bijvoorbeeld liefhebbers van kunst en cultuur – moeten er programma’s worden gemaakt.’
Interessant is de veronderstelling dat liefhebbers van kunst en cultuur een ‘kleinere doelgroep’ vormen. Kleiner dan wat? En hoe klein dan? In 2024 was alleen al het museumbezoek goed voor 30,8 miljoen bezoeken waarvan 22,5 miljoen uit Nederland (73%).
De Nederlandse Publieke Omroep blijft op zijn site een stuk vager. De tekst is een soort grijze kneedgum dat je in allerlei vormen kunt knijpen:
‘De Nederlandse publieke omroep is de plek van ons allemaal. We zijn er altijd en overal met programma’s die ons publiek informeren, verrijken en ontspannen. Daarmee willen we voor iedereen in Nederland van waarde zijn.’
Dit is wel heel vaag, maar als je dieper graaft, wordt het nog erger:
‘Programmeren is een continu proces, waarbij we vooral op kwaliteit, publieke waarden, waardering en impact letten en in mindere mate op bereik en marktaandeel. Het Concessiebeleidsplan is maatgevend voor onze prioriteitenbepaling. Daarbij houdt de DV (Directie Video, DW) oog voor de missies en maatschappelijke doelstellingen van de individuele omroepen en de publieke omroep als geheel, uiteraard binnen de kaders en doelstellingen van de publieke omroep én binnen de budgettaire ruimte.’
Daar zie je meteen wat er fout gaat: het is lulkoek van de bovenste plank, waarschijnlijk geschreven door een strategisch herpositioneringsbureau met een voorliefde voor verhullend en nietszeggend taalgebruik en gemeenplaatsen. En zo’n advies is niet gratis, in tegendeel. Dat geld had je ook kunnen besteden aan goede programma’s.
Vraag eens aan makers wat hun doel is, zij staan veel dichter bij de kijker. Dat levert ongetwijfeld concretere en begrijpelijker teksten op die omroepen en de NPO veel meer houvast en richting geven.
Scoren
De dreiging van bezuinigingen hangt altijd boven het Mediapark. De NPO is daarom streng en bang geworden. Programma’s moeten direct ‘scoren’, tijd voor ontwikkeling is er nauwelijks en voor experimenteren al helemaal niet. Met DWDD creëerden we een programma waarin dat juist allemaal wel kon, sterker nog, dat was onze raison d’être.
Zou iemand als Adriaan van Dis in deze tijd een kans hebben gekregen om zijn (boeken)programma te maken? Het begon als een praatprogramma met gasten uit de wereld van kunst, literatuur en wetenschap en ontwikkelde zich tot boekenprogramma. Het ging in 1983 van start en zou tien jaar lang worden uitgezonden. In 1986 werd het bekroond met de Zilveren Nipkowschijf, en het heeft nog steeds een mythische status.
Wij vonden het geweldig en daarom vroegen we Van Dis, die regelmatig tafelheer was, in 2012 of hij zin had om het programma éénmalig te laten terugkeren. Het zou nog een jaar duren voor de eerste ‘DWDD Heimwee’ - de noemer waaronder we het brachten - werd uitgezonden. Van Dis wilde er zeker van zijn dat hij goede gasten zou krijgen, en de VPRO lag even dwars omdat ze het niet leuk vonden dat de VARA één van hun kroonjuwelen terug op televisie bracht. Daar had Van Dis maling aan: ‘Ik ben niet in dienst. Moeten ze me maar een fatsoenlijk contract aanbieden’.
Een dag voor de start van de Boekenweek in 2013 zonden we het programma uit in plaats van een reguliere DWDD. (In mijn boek, dat in mei verschijnt, schrijf ik gedetailleerder over deze bijzondere productie). Wij keken er enorm naar uit maar vonden het ook spannend. Hadden onze kijkers wel zin in een onbekende Duitse schrijfster (Judith Schalansky), een Britse advocaat en schrijver (Clive Stafford Smith) en een oudere Nederlandse schrijver en zijn vrouw (Maarten en Eva Biesheuvel)?
De avond voor de uitzending zat Van Dis bij DWDD. Ter voorbereiding schetste hij voor de jongere kijkers de context van het oorspronkelijke programma: ‘Het was de tijd dat de afstandsbediening nog niet bestond. Dat je twee zenders had, als je mij uit wilde zetten moest je opstaan en een knop omdraaien. Kortom, het waren andere tijden. Er waren niet veel boekenprogramma’s, er waren geen avondprogramma’s, geen DWDD, geen Pauw & Witteman’. Ook riep hij de kijker op om niet te zappen: ‘Wacht nou tot het komt, want een goed gesprek ontstaat misschien pas na een minuut of vijf, zes, maar dan gebeurt er wat met je’.
Witte wijn, rode wijn of water
Omdat de oorspronkelijke studio van Van Dis niet meer bestond, het is nu Café De Ysbreeker in Amsterdam, bouwden we hem na in onze eigen studio. Matthijs en Van Dis begonnen het programma met een kort gesprekje op de krukken. Adriaan was zenuwachtig. Hij droeg, vertelde hij, zijn rode geluksstropdas van ruim twintig jaar geleden. De regie was net als toen in handen van zijn steun en toeverlaat Ellen Jens en ook de rest van de crew was nagenoeg onveranderd; veel cameramensen werkten toevallig nu voor DWDD.
Ik stond achter het witte gordijn dat als decor achter de tafel van Van Dis hing. Door een spleet keek ik naar de mannen. ‘We kunnen niet wachten’, zei Matthijs, ‘mag ik je vragen om naar je tafel te gaan’. Terwijl Adriaan van de kruk opstond en naar zijn tafel liep, klonk de bekende tune van het programma en sprak Matthijs de legendarische woorden waarmee het programma altijd was aangekondigd: ‘Dames en heren, hier is… Adriaan van Dis!’ Bij het horen van de muziek ging een golf van nostalgie door de studio. Het was ontroerend om het programma tot leven te zien komen. Helemaal toen Van Dis de eerste schrijver de beroemde vraag stelde wat ze wilde drinken: ‘Wilt u witte wijn, rode wijn of water?’
Maarten en Eva Biesheuvel
De uitzending verliep soepel. Van Dis pakte de draad na al die jaren moeiteloos op en voerde vooral met Biesheuvel een ontroerend gesprek. Van tevoren was het onzeker geweest of het goed zou komen, Biesheuvel was manisch depressief, hij had goede en minder goede dagen. Het werd een intens interview. Van Dis ontfermde zich over de schrijver alsof het een kind was en zijn vrouw stelde hem met kalmerende woorden gerust. Biesheuvel zette halverwege spontaan een psalm in en las op verzoek van Van Dis ‘Brief aan vader’ voor, een lang, hartverscheurend verhaal. Hij brak bijna in huilen uit bij de woorden ‘Vader, ik voel me schuldig, omdat ik geen plezier heb’. Van Dis legde bemoedigend een hand op zijn arm en zei: ‘Lieve jongen, je hoeft er niet om te huilen, het is prachtig’. Biesheuvel las stug door.
Het voorlezen van het verhaal duurde zes minuten. Iedereen zat op het puntje van zijn stoel, de wereld stond even stil.
Tijdens de opname hoorde ik in mijn oortje Ellen Jens in de regie aanwijzingen geven. Bij DWDD schreeuwden regisseurs, ze knipten met hun vingers en dansten op hun stoel. Ellen daarentegen sprak uiterst kalm en vroeg zich hardop af: ‘Zou Adriaan doorhebben dat het gesprek veel langer duurt dan in de line-up staat?’ De dagen na de opname monteerden Van Dis en Jens samen de uitzending.
Voor mij was de cirkel rond. Als jong meisje had ik tussen mijn ouders op de bank naar Van Dis gekeken en was ik gegrepen door de magie van zijn talkshow. Ik begreep lang niet alles wat er aan tafel werd gezegd, maar voelde dat ik getuige was van iets bijzonders, iets wat veel nieuwsgierigheid opwekte. En nu, hier, voor mijn neus smolten DWDD en Hier is …Adriaan van Dis samen.
Meer dan een miljoen mensen hadden naar de uitzending gekeken. Van alle kanten werd geroepen dat hij met zijn programma terug op televisie moest. We waren verrast door de reacties. Niemand had verwacht dat zó veel mensen van een historisch boekenprogramma zouden genieten, en al helemaal niet van gesprekken met onbekende schrijvers, in het Duits en Engels. NRC-journalist Hans Beerekamp constateerde in zijn recensie dat de kijker stelselmatig wordt onderschat. Toen al.
Brain rot
Dat onderschatten van de kijker gebeurt naar mijn idee steeds vaker en zorgt ervoor dat het programma-aanbod op televisie verschraalt. Bijzondere talenten krijgen geen kans en programma’s en presentatoren gaan op elkaar lijken. Voor kunst, cultuur, literatuur en wetenschap is steeds minder ruimte, alsof de kijker afhaakt zodra het inhoudelijk wordt. Met DWDD bewezen we vijftien jaar het tegenovergestelde.
Tot slot nog een citaat van de NPO site: ‘Om elke kijker en luisteraar zo persoonlijk mogelijk te bedienen en te verrassen, besteden we veel aandacht aan de ontwikkeling van een uniek algoritme, dat kijkers en luisteraars titels aanbeveelt met een hoge publieke waarde.’
Dat is naar mijn idee een contradictie. Algoritmes staan per definitie haaks op ‘hoge publieke waarden’ en vernietigen creativiteit, originaliteit en lef. De terreur van leuke lijstjes, snelle snacks en licht verteerbare kost zorgen voor een eenheidsworst waar je niet op hoeft te kauwen maar die je direct kunt doorslikken. Je leert geen nieuwe smaken kennen en erg voedzaam is het ook niet.
Ik zie jongeren om me heen verwoed YouTube afstruinen op zoek naar documentaires. Ze gaan graag naar musea en lezen (non-)fictie, kranten of De Groene Amsterdammer (een tijdschrift waarvan de oplage al jaren stijgt). En dan niet digitaal maar van papier. Dat is geen achteruitgang, maar vooruitgang na alle meuk die over ze wordt uitgestort. Ze gooien social media van hun telefoon omdat ze gek worden van die verslavende algoritmes. Ze zijn nieuwsgierig, willen geïnformeerd worden, en ze willen ontspannen. En vooral brain rot voorkomen. Iets waar Snackbar NPO met z’n algoritmes een hele slechte invloed op heeft en grote groepen mensen mee wegjaagt, jong en oud.
Disclaimer:
Je Mist Meer Dan Je Ziet bevat persoonlijke ervaringen en meningen. Namen en details zijn aangepast om privacy te beschermen. Dit is geen feitelijke weergave van gebeurtenissen, maar een persoonlijk verslag dat bijdraagt aan inzichten in, en het debat over werkcultuur in de media.


