Het Filmpje van Eus
DWDD over de aanslag op Charlie Hebdo
De laatste dagen gaat het weer over wat inmiddels het filmpje van Eus is gaan heten - beelden van vermeend wangedrag van Matthijs (en mij) tijdens de repetitie van DWDD. Maar wat zich werkelijk afspeelde tijdens die opnames, wat de echte omstandigheden waren waarin we werkten, bleef ongenoemd. Het verhaal achter 'het filmpje' is nooit verteld.






In januari 2015 maakte regisseur Heleen Minderaa voor een documentaire opnames van onze redactie tijdens een van de meest heftige gebeurtenissen uit de geschiedenis van het programma. Wat de camera's vastlegden was een redactie onder extreme druk, een team in een uitzonderlijke situatie.
Het eind van 2014, het tiende seizoen, was ongekend productief. We bereidden colleges voor met Robbert Dijkgraaf en Freek Vonk, namen de kersteditie van de Guilty Pleasures op in Carré en de oud-en-nieuwuitzending met de beste fragmenten van het jaar.
De kerstvakantie was slechts een korte onderbreking van de goede flow waar we sinds september in zaten. De uitzending van dinsdag 6 januari begon met een gesprek over Mark Zuckerberg, baas van Facebook. Hij maakte die dag bekend dat hij in 2015 iedere maand twee boeken wilde gaan lezen, hij vond dat hij te weinig las. Vier Nederlandse CEO’s gaven hem tips. Daarna was Ria Bremer te gast en vertelde over de hoogtepunten van haar programma Vinger aan de Pols. Aan het eind hielden we de eerste filmpitch. Vijftien filmmakers kregen een halve minuut om hun film te promoten. Een opgewonden slot van een niks aan de hand uitzending. Matthijs was het jaar vrolijk begonnen, hij gaf tafelheer Jan Versteegh spontaan een knuffel en riep: 'Tot zover, tot morgen!'
De volgende dag, op 7 januari ging ik zoals gewoonlijk op woensdag, eerst sporten. Om halfelf arriveerde ik met een broodje en een koffie op de redactie, waar tegen die tijd de motor al lekker stond te ronken. In de uitzending zouden we uitgebreid stilstaan bij Elvis Presley die op 8 januari tachtig jaar zou zijn geworden. De line-up zat al aardig vol, er was geen stress, we bereidden ons voor op een mooie muzikale avond.
De aanslag
Om half twaalf kwam het bericht binnen over een aanslag in Parijs op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Gewapende mannen waren de redactie binnengedrongen en hadden twaalf mensen gedood, onder wie cartoonisten en journalisten. De aanslag was een reactie op de cartoons die het blad had gepubliceerd van de profeet Mohammed. De daders riepen 'Allahu akbar' en 'We hebben de profeet gewroken' terwijl ze wegvluchtten.
Met afgrijzen keken we naar de beelden die rond twaalf uur binnendruppelden. De beelden waren schokkend: een zwaargewonde politieagent die zich nog probeerde op te richten werd achteloos door het hoofd geschoten. De NOS laste een extra journaal in. Toen we beseften hoe groot en gruwelijk de aanslag was, klapten we het bord met line-ups dicht. Van een muzikale Elvis-avond naar een uitzending over terrorisme - deze dag had een compleet andere wending genomen. Op de achterkant van het bord begonnen we een nieuwe lijst met namen van mensen die we zouden kunnen uitnodigen. We hadden wel vaker meegemaakt dat groot nieuws onze voorbereiding op zijn kop zette, maar dit was anders. Er was een redactie aangevallen - dit raakte ons werk, ons bestaan.
Normaal waren we tijdens brainstorms trefzeker, wisten we snel wat de ideale line-up moest zijn. Nu waren we volledig de kluts kwijt. Wat was dit voor aanslag? Wie waren de daders? Wat was Charlie Hebdo eigenlijk? De meesten van ons hadden er nog nooit van gehoord. Richtte de dreiging zich alleen op dat tijdschrift, of liepen alle redacties gevaar? In Frankrijk, in andere landen - in Amsterdam? Waren wij ook een mogelijk doelwit?
Huiver bij gasten
We belden cartoonisten, hoofdredacteuren, comedians, politici, opiniemakers, mensen die Frankrijk goed kenden. Na de eerste schok sloop de angst erin. Een groot deel van de mensen die we benaderden wilde er eerst over nadenken, overleggen met hun dierbaren. Dezelfde avond op televisie reageren was hen te risicovol, was de teneur.
De beeldredactie werkte aan een speciale TV Draait Door met satirische fragmenten over godsdienst, maar ook comedians twijfelden of ze toestemming wilden geven. Met Matthijs en productieleider Boudewijn Vos overlegde ik over extra beveiliging. Normaal hadden we twee beveiligers en een brandweerman, maar was dat genoeg?
Ik belde met directeuren Frans Klein (NPO) en Robert Kievit (BNNVARA). Wat adviseerden zij? Wat deden andere programma's? Iedereen worstelde met dezelfde vragen. RTL Late Night zette zware bewaking bij de deur en installeerde detectiepoortjes. Wij besloten meer beveiligers in te huren, al beseften we dat vastberaden aanvallers toch wel binnen zouden komen.
Incidenten op de redactie
Hoe kwetsbaar we waren, bleek uit eerdere incidenten. In mijn eerste jaar als eindredacteur had ik al eens te maken gehad met een indringer. Een man kwam de redactie op en eiste zendtijd omdat hij iets belangrijks te vertellen had. We werkten toen nog in Studio Plantage en vanwege de zomerstop was de redactie nagenoeg leeg. Ik lokte de man al pratend naar een ruimte waar twee redacteuren zaten te werken zodat ik er niet alleen voor stond. Gelukkig droop hij af.
Ook op de Westergas-studio stonden een keer twee mannen met een vaag verhaal op een -dit keer volle- redactie. Ze hadden zich met een smoes beneden aangemeld en wisten vrij moeiteloos de redactie op twee-hoog te bereiken. We vertrouwden ze niet en wisten ze voorzichtig de deur uit te werken. Het waren vervelende gebeurtenissen die ons deden beseffen dat we altijd waakzaam moesten zijn.
Hoe kwetsbaar Matthijs was, bleek tijdens een uitzending in 2011 waarin een meisje uit het publiek achter hem opstond, haar jasje uittrok en half naakt naast hem ging staan. Ze had haar bovenlijf beschilderd met een reclameboodschap en wilde Matthijs een zoen geven. Hoe lollig haar stunt ook bedoeld was, wij schrokken enorm en realiseerden ons des te meer hoe makkelijk iemand Matthijs live kon aanvallen. We voerden nieuwe maatregelen in: paspoorten controleren, jassen en tassen in kluisjes, gedragsregels.
Deze dag kwam de line-up moeizaam tot stand, iedereen was in de war, ons kompas en dat van gasten haperde. Ik sprak veel mensen zelf, om met ze te overleggen en naar ze te luisteren. Overhalen was die dag niet aan de orde. Rond vier uur, de tijd dat Matthijs naar de studio ging om zich op de avond voor te bereiden, liep hij nog vertwijfeld over de redactie, hadden we al enig zicht op een uitzending, wilde hij weten. Waarom zegt niemand toe? Ik rende tussen de afdelingen heen en weer. Iedereen kampte met dezelfde twijfel, beslissingen werden uitgesteld.
In de montageruimte van de TV Draait Door was het meestal een vrolijke boel maar dit keer stond het gezicht van de beeldredacteur strak. Theo Maassen gaf geen toestemming voor een fragment waarin hij grappen over religie maakte. In een appje liet hij me weten dat hij niet het risico wilde lopen dat zijn fragment uit de context gehaald zou worden. Ik belde hem op en gaf de telefoon aan de beeldredacteur zodat die kon toelichten wat de bedoeling was.
Hij probeerde Maassen uit te leggen om welke grap het ging: ‘Kun je nog herinneren dat als Jezus bij zijn terugkomst op aarde voor een menigte zou staan en zijn mening zou geven, iemand uit het publiek zou roepen “Ja, da's jouw mening”?’ Het was een absurde situatie waar ik om had moeten lachen als de aanleiding niet zo naar was geweest. Maassen bleef bij zijn standpunt en zei nee. Ik legde hem uit wat we met de uitzending voor ogen hadden, dat alles in het teken van de aanslag zou staan. Even later stuurde hij me een appje waarin hij alsnog zijn toestemming gaf.
Sander van de Pavert was ook aan het worstelen, met zijn dagelijkse satire en soms harde grappen stond hij het dichtst bij het werk van de tekenaars van Charlie Hebdo. We hielden nauw contact. Als hij niks goeds kon bedenken, zou hij geen Lucky maken, zei hij. Laat in de middag kreeg ik een voorproefje. Er klonk een mondharmonica uit een Western, in beeld verscheen een hand met een pistool, een vinger haalde de trekker over, uit de loop kwam een vlaggetje met het woord 'BANG'. Ik was opgelucht, dit was sterk, en het was geen filmpje waar ik over na moest denken of we het wel wilde uitzenden.
We werden op de proef gesteld, wat als één van de gasten een cartoon zou maken van de profeet Mohammed, of hem op een andere manier belachelijk zou maken? De reden waarom Charlie Hebdo was aangevallen. Was de dreiging in Nederland hetzelfde als in Frankrijk? Niemand kon het ons vertellen. Voor ik naar de repetitie liep, belde ik nogmaals met Frans Klein en Robert Kievit. Ik sprak mijn zorg uit over de veiligheid van de redactie, de studio en Matthijs. Kon Kievit voor mij rondvragen? Wat deed bijvoorbeeld Nieuwsuur? We wilde gasten de mond niet snoeren, ze moesten alles kunnen zeggen en laten zien wat ze wilden, maar hoe gevaarlijk was dat sinds deze dag?
Hoogspanning
De repetitie verliep chaotisch. Matthijs was gestrest, kortaf, had geen geduld. Dit was precies het moment dat de documentairemakers vastlegden - een presentator onder extreme druk, in een uitzonderlijke crisissituatie. Wat hun camera's registreerden was niet het 'normale' DWDD, maar een team en een presentator die worstelden met een uitzonderlijk ingewikkelde uitzending.
Montages en gespreksverslagen kwamen te laat, waardoor de chaos alleen maar groter werd. Ik probeerde kalm te blijven en controle te houden over een onvoorspelbare dag. Toen ontstond er ook nog onrust over tafelheer Prem Radhakishun, die strijdlustig had aangekondigd de hele uitzending een oude cover van Charlie Hebdo omhoog te houden.
Wat was hij precies van plan? Ik wilde niemand censureren, maar dit zou te veel afleiden. Gespannen zocht ik Prem na de repetitie op. Hij wilde uit protest de cover van 2011 laten zien - met daarop een cartoon van de profeet Mohammed, waarvoor de redactie destijds ook al was aangevallen. De cover tonen was prima, maar het blad continu voor zijn gezicht houden niet.
Tot mijn opluchting ging hij akkoord: hij zou de tekening op zijn schoot houden.
De uitzending
We waren er vrij snel over uit dat we de cartoons van Charlie Hebdo zouden tonen, en niet alleen op de kleine monitoren maar ook op het grote scherm achter Matthijs. De teneur in de uitzending was: als je aan de angst toegeeft, laat je terreur winnen. Dat klonk eenvoudiger dan het was, de hele uitzending ging over de vraag wat je dan wel of niet zegt of laat zien.
In het gesprek met cabaretiers Youp van het Hek, Erik van Muiswinkel, Claudia de Breij en Jan Jaap van de Wal, die toevallig die dag in Parijs in de buurt van de redactie van Charlie Hebdo was, vatte Matthijs de twijfel goed samen: 'Het liefst hebben we allemaal een rechte rug maar ik zou me toch kunnen voorstellen, puur menselijk, dat je in verwarring raakt als iemand die een grote mond heeft op het podium, en soms iets zegt wat die mensen totaal onwelgevallig is, dat je je toch even afvraagt in je kleedkamer: is mij dat een kogel waard?' Matthijs leek de vraag ook aan zichzelf te stellen.
Cartoonisten Joep Betrams en Ruben L Oppenheimer, die voor de cabaretiers aan tafel zaten, hadden beiden een tekening gemaakt. Oppenheimer zei: 'Zij proberen mij de mond te snoeren en mijn reactie gaat daarop zijn: twee keer zo hard er tegenin. Maar ik vind dat we dat met enig beleid moeten doen. Ik ga nou niet morgen opeens een tekening van de profeet maken met allerlei dingen in zijn anus, het zou heel leuk zijn voor mensen die wat olie op het vuur willen, maar ik ga nou ook niet ineens de islam met rust laten'.
Bertrams was net als iedereen kwaad en wilde iets doen. Hij hoefde die middag niet lang na te denken. Hij tekende een onthoofde man, staand, met 'Hebdo' op zijn t-shirt. Op de plek waar zijn hoofd had gezeten, een uitgestoken tong, en tegenover hem een verbouwereerde moslim met een bloedend zwaard in zijn handen. Onder de tekening stond 'onsterfelijk'. Bertrams zei: 'Hebdo is een blad dat altijd humor in zich heeft, en die maken het jou dan een stuk makkelijker, omdat je het als een gift van hen kunt teruggeven'.
Nico Dijkshoorn dichtte over de neergeschoten agent en het gebrek aan genade van de terroristen. Als kleine jongens hadden ze waarschijnlijk net als de cartoonisten, met het puntje van hun tong tussen hun lippen tekeningen gemaakt. Op het schoolplein hadden ze tijdens het stoeien om genade gevraagd. De zwaargewonde agent die zich nog probeerde op te richten, schoten ze achteloos door het hoofd.
Ik vond het knap hoe iedereen op zijn eigen manier commentaar wist te geven. Het hielp ons om een houding aan te nemen. Op het grote scherm toonden we de letters #JeSuisCharlie op een zwarte achtergrond, DWDD was in rouw.
Tussen de gesprekken traden muzikanten op die eigenlijk voor Elvis waren gekomen, we hadden hen gevraagd of ze toepasselijke nummers wilden spelen. Michael Prins zong 'Imagine' van John Lennon, de band Batmobile speelde 'If I can dream' van Elvis en tot slot klonk 'Redemption song' van Bob Marley gezongen door Charl Delamarre. Pas bij dat nummer voelde ik ontspanning, ik had vanaf het nieuws over de aanslag over een koord gelopen. De ontlading in de redactieruimte was groot, dit was één van de moeilijkste uitzendingen van de afgelopen tien jaar.
The day after
Ook de volgende dag stond volledig in het teken van de aanslag.
Wederom ging het in de uitzending over hoe we ons moesten verhouden tot de angst die de aanslag ons had ingeboezemd, over de veiligheid van journalisten. Aan tafel vertelde Philippe Remarque, destijds hoofdredacteur van de Volkskrant, over een spoedbijeenkomst die Dick Schoof, destijds hoofd van de NCTV, die dag had belegd met hoofdredacteuren en de journalistenvakbond.
De bijeenkomst was bedoeld om gerust te stellen - Nederlandse journalisten liepen geen gevaar - en om contacten aan te halen mocht de situatie escaleren. Of dat geruststelde viel te betwijfelen.
Joost Zwagerman verwoordde de twijfel: 'We moeten niet bang zijn, maar stel dat er bedreigingen zijn geweest bij kranten, denk je dat Philippe dat zou zeggen? Hij kan en mag dat niet vertellen.' Remarque reageerde met een pokerface: 'We praten liever niet over deze kwestie. Er is wel eens beveiliging geweest rond incidenten, maar dat gaat ook weer over. Je moet je daar niet door laten weerhouden.’
Aan Matthijs zag je dat hij er niet gerust op was. Overdag had hij zijn zorgen uitgesproken - hij voelde zich kwetsbaar. Ook ik was de vorige avond met een ongemakkelijk gevoel naar huis gefietst. We hadden veel cartoons getoond.
Aan het eind van de uitzending stelde terrorisme-expert Beatrice de Graaf hem de directe vraag: 'Hoe zit het met jou?'
Matthijs schrok op: 'Hoe zit het met mij? Met ons programma?'
'Ja, hoe voel jij je? Je zit hier koelbloedig te presenteren...'
Matthijs begon te ratelen: 'Ik vind het een zeer verwarrende tijd. Wij zijn ontzettend geschrokken. Wij maken een programma, geen krant, maar we hebben wel ontzettend veel kijkers. Wij doen aan satire, we hebben mensen met veel bravoure aan tafel, mensen die zo uitgesproken zijn...'
De Graaf onderbrak: 'En jij hebt een bekend gezicht.'
Matthijs ongemakkelijk: 'Ik heb een bekend gezicht, ik vind het wiebelig, dat zeg ik heel eerlijk. Wij hebben gisteren ook nagedacht, wat willen we, willen we de Lucky van tevoren zien...'
'Heb je gecensureerd?'
'We hebben niet gecensureerd. En we hebben wel even, eh, ik...' Je zag de ogen van de gasten groot worden - ging hij het echt zeggen? Matthijs een beetje beschaamd: 'Ik fiets dan... het klinkt heel stom, maar je fietst naar huis door de stad, al tien jaar lang, niks aan de hand, en ik fietste iets sneller. Het slaat nergens op, maar ik was dus blijkbaar een beetje bang. Als het zo dichtbij komt en het treft je eigen programma, dan fiets ik iets harder.'
Er klonk applaus. Matthijs met een blos: 'Omdat je het aan me vraagt, antwoord ik eerlijk. Het zijn rare dagen, we zijn een beetje in verwarring.'
In de Lucky was de koning te zien met een bordje 'Je suis Willy' - hij had er graag een eigen draai aan willen geven, zei hij tegen Maxima. In de media verschenen meteen berichten: 'Matthijs fietst iets harder'.
Matthijs had hardop over zijn angst gesproken. In de media werd daar een lacherig over gedaan, maar velen voelden hetzelfde.
Eberhard van der Laan
Burgemeester Eberhard van der Laan begreep dat. Diezelfde week nodigde hij alle Amsterdamse hoofdredacteuren uit op het stadhuis. Ook ik was daar met een collega bij. Van der Laan sprak met ons - samen met de korpschef - over wat er sinds de aanslag op de redacties leefde, waar we behoefte aan hadden, wat de gemeente voor ons kon doen.
Het was een bijzondere ervaring om met al die collega's aan tafel te zitten en vaderlijk te worden toegesproken door Van der Laan. Met één oor luisterden we als burger, met het andere als journalist. Het was een prettige bijeenkomst - we stonden er niet alleen voor, onze worsteling werd erkend.
Een week na de aanslag was Van der Laan te gast, we hoopten al dagen op zijn komst. Die dag kopte de Telegraaf met koeienletters: 'AMSTERDAM IN HET VIZIER VAN TERRORISTEN'. De angst werd er niet minder op.
Van der Laans optreden was indrukwekkend. Als een echte burgervader stelde hij de kijkers gerust en legde Matthijs uit dat hij niet harder naar huis hoefde te fietsen - de kans om onder een auto te komen was nog altijd veel groter dan getroffen worden door een aanslag.
'Natuurlijk ben ik dagelijks bezig met terrorismebestrijding,' zei hij. 'Maar ik laat me niet bang maken. De enige manier om angst te bevechten is beseffen dat terroristen niet kunnen winnen, zolang we ons niet door angst laten regeren.'
En toen sprak hij de monumentale woorden: 'Moed is niet hetzelfde als geen angst hebben. Moed is het vermogen om met angst om te gaan, om het te overwinnen. Laten we ons niet uit elkaar laten spelen door een stel freaks.’
De aanslag op Charlie Hebdo confronteerde ons met onze kwetsbaarheid als mensen en als mediamakers. We worstelden met angst, met de vraag wat we wel of niet durfden te zeggen, met de spanning tussen moed en voorzichtigheid. Het was een uitzonderlijke situatie waarin we allemaal - Matthijs, de redactie, ikzelf - onder extreme druk stonden. Ironisch genoeg zouden de beelden van onze eigen worsteling met die kwetsbaarheid, vastgelegd door documentairemakers die toevallig aanwezig waren, jaren later worden ingezet om een heel ander verhaal te vertellen. Een verhaal dat niets te maken had met wat wij die dagen werkelijk meemaakten, met de context waarin die spanning ontstond, of met de professionaliteit waarmee we uiteindelijk twee memorabele uitzendingen hebben gemaakt.
Disclaimer:
Je Mist Meer Dan Je Ziet bevat persoonlijke ervaringen en meningen. Namen en details zijn aangepast om privacy te beschermen. Dit is geen feitelijke weergave van gebeurtenissen, maar een persoonlijk verslag dat bijdraagt aan inzichten in, en het debat over werkcultuur in de media.



